De Griekse naam ‘Epirus’ staat voor ‘vasteland’, om het van de Ionische eilanden aan de Epirotische kust te onderscheiden. Oorspronkelijk was dit de naam voor de hele kust ten zuiden van de Korintische Golf.



Epirus is een ruig, bergachtig gebied. De vele kalkstenen bergkammen, onderdeel van de Dinarische Alpen, bereiken op sommige plaatsen een hoogte van 2.650 meter. In het oosten ligt het Pindus gebergte, dat een natuurlijk scheiding vormt tussen Epirus en Macedonië en Thessalië.
Het grootste gedeelte van Epirus ligt aan de windkant van het Pindus gebergte en heeft een bergklimaat. De wind van de Ionische Zee brengt de regio meer regen dan enig ander deel van Griekenland en is daardoor ook heel groen. De vegetatie bestaat voornamelijk uit kegeldragende boomsoorten. Ook komen hier veel diersoorten voor, o.a. beren, wolven, vossen, herten en lynxen.
Zagori is een gebied in het Pindus gebergte in Epirus, in noordwest Griekenland. Het beslaat ongeveer 1000 km² en er zijn 45 dorpjes, die gezamenlijk Zagoria of Zagarochoria genoemd worden. Ze hebben de vorm van een omgekeerde triangel. De zuidelijke punt van de triangel is de hoofdstad Ioaninna (Yiannina). De westzijde wordt gevormd door de berg Mitsikeli (1.810 m). De Atos rivier en de berg Tymphi liggen aan de noordkant en langs de oostzijde stroomt de Varda rivier naar de berg Mavrovouni (2.100 m), vlakbij Metsovo.
In het Vikos-Aoos Nationale park ligt de Vikos kloof, de mooiste kloof in Zagori!

De Vikos kloof is een van de diepste kloven ter wereld, alleen de Grand Canyon in Arizona is dieper. Op sommige stukken zijn de wanden het steilst ter wereld. Dit natuurwonder moet je gezien hebben om het te kunnen geloven.
Deze indrukwekkende kloof is van uitzonderlijke waarde voor de wetenschap, vanwege de veleverschillende ecosystemen en de bedreigde diersoorten die er leven.